Hier ziet u de teksten van de QR-route rondom het kasteellandgoed.
Aan de rand van de Peel, verscholen achter weelderige begroeiing liggen de romantische restanten van het meer dan 600 jaar oude kasteel van Asten. De idyllische ruïne roept een bewogen verleden op van ontginningen, oorlogen en heksenvervolgingen. De laatste oorlog is het kasteel noodlottig geworden, in 1944 vindt er een aanslag op het kasteel plaats waarbij het gebouw tot ruïne is verworden. De burcht mag dan ten onder gegaan zijn, de voorburcht staat er nog in haar volle glorie en is al de eeuwen dat ze bestaat voortdurend bewoond geweest. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw waren het boerenbedrijven en op dit moment biedt het onderdak aan vijftig burgers. De ruïne is door haar kwetsbaarheid en doordat het op privéterrein ligt niet vrij toegankelijk. U kunt zich wel aanmelden voor een bezoek. Wees welkom!
Op de parkeerplaats buiten de poort links ziet u het Anna Ceelen Huis. Dit is het bezoekerscentrum van het kasteel en documentatiecentrum over de geschiedenis van de hekserij. De Astense Anna Ceelen bezweek in 1595 in de kelder van het kasteel aan marteling. Ze was beschuldigd van hekserij en werd het vijfentwintigste en laatste slachtoffer van de grote heksenjacht die in dat jaar door Peelland trok. Volgens overlevenden nam de toenmalige heer van Asten, Bernard van Merode, actief deel aan de martelingen. Hij zou zelfs erger te keer zijn gegaan dan de professionele beul die was ingehuurd.
Het bij het kasteel behorende poortgebouw met de beide vleugels werd vroeger wel aangeduid als neerhuizing of voorburcht. In 1640 werd het kasteelcomplex omschreven als "het steenen huys in water met dobbele grachten, met een voorgeborchte daerinne staet eenen peertstal ende schuyre met andere huysen". In de achttiende eeuw is de beschrijving van de voorburcht iets preciezer: "Een groot voorhoff off bassecour, die ruym en groot is, waarin staat een koetshuys, paardestal, schuur, backhuys en neerhuysinge off hoeve met stallinge voor runderbeesten, en schuuren, etc".
De voorburcht heeft in de loop van de tijd vooral gediend als boerenbedrijf. Vanwege de omvang werd dit in 1754 in twee delen gesplitst en verpacht. Nadat de herbouw van het kasteel in 1944 door oorlogsgeweld op een fiasco was uitgedraaid, nam de toenmalige eigenaar baron Clemens van Hövell tot Westerflier in de jaren zeventig met vrouw en kinderen zijn intrek in de gerestaureerde zuidvleugel van de kasteelhoeve. Na de dood van de baron is dit deel van de voorburcht in 1984 verkocht aan particulieren. Vijf jonge gezinnen verenigden zich in een stichting, die tegenwoordig de naam SBKA (Stichting Behoud kasteelerfgoed Asten) draagt. De noordvleugel ging naar de boer die het toen pachtte en is later ook omgebouwd tot woningen.
Bewoners van de kasteelboerderij werken binnen de stichting SBKA samen aan de instandhouding van de ruïne en het daarbij behorende domein. Het doel van de Stichting is het consolideren van de ruïne en het omliggende landgoed en daarbij de kasteelruïne een functie geven in de gemeenschap van Asten. De stichting heeft als doelstelling het behoud van het kasteelcomplex en zijn omgeving als historische buitenplaats, het stimuleren van de lokale identiteit en het vergroten van het historisch bewustzijn. De middelen die daarvoor worden gebruikt zijn erfgoededucatie, rondleidingen, open dagen (zoals kastelendag en monumentendag), het organiseren van exposities, muziek- en en toneeluitvoeringen en door het openstellen van de locatie voor foto- en filmshoots, bruiloften en andere ceremonies. Bewoners en vrijwilligers zijn niet alleen bezig met ‘papieren werk’ om de ruïne en het omliggende domein in stand te houden, ze steken ook regelmatig op praktisch vlak de handen uit de mouwen.
Er wordt verondersteld dat het kasteel van Asten tussen 1389 en 1399 in het dal van het riviertje de Aa is gebouwd door Gerard van Berkel. Belangrijke namen in de geschiedenis van het kasteel zijn die van de familie Back (Jan Back, 1440-1508, was een vooraanstaand lid van het exclusieve Zwanenbroedersgilde in Den Bosch, samen met Jeroen Bosch), Van Brederode (prominent bondgenoot van Willem van Oranje in zijn strijd tegen Spanje) en Van Merode. Bernard van Merode verbouwde het kasteel in het begin van de zeventiende eeuw in renaissancestijl.
De huidige provincie Noord-Brabant kwam na de Tachtigjarige Oorlog onder het bestuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Als een wingewest, zoals het door historici wel wordt omschreven, zonder directe invloed. Dat had ook gevolgen voor het kasteel van Asten. Welgestelde kooplieden en bestuurders uit de Republiek kochten of huurden bezittingen en rechten op het platteland, als buitenhuis of jachtgebied. Vaak woonden ze nauwelijks op die locaties, die in veel gevallen slecht werden onderhouden en er danig op achteruit gingen. Zo ook het kasteel van Asten, dat in het begin van de vorige eeuw voor een groot deel in elkaar stortte.
De grootschalige slavenhandel in vooral de 17e en 18e eeuw was vooral een Hollandse en Zeeuwse aangelegenheid. Brabant, onder curatele van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, had na 1648 weinig in te brengen. Toch heeft ook kasteel Asten zijdelings met de slavernij te maken gehad. Tot de rijke burgers van boven de rivieren die zich buitenverblijven op het plattteland konden veroorloven behoorden ook Pieter Valckenier en zijn vrouw Bregje van Ghesel, een Amsterdamse burgemeestersfamilie. Zij waren van 1735 tot 1754 eigenaar van kasteel Asten. Pieter Valckenier had op dat moment al een verleden in de slavenhandel achter de rug. Van 1723 tot 1727 was hij directeur-generaal van het belangrijkste slavenfort Elmina in het huidige Ghana.
Kasteel Asten heeft niet alleen via Pieter Valckenier een relatie met het slavernijverleden. Aan het eind van de achttiende eeuw kwam ook een vrijgemaakte zwarte slaaf in Asten terecht. Deze Quaco, geboren rond 1760 in West-Afrika, was als kind door Afrikanen gevangen genomen en verkocht aan de kapitein van een Hollands slavenschip, waarmee hij op transport werd gesteld naar Suriname. Daar werd hij later als bediende het ‘eigendom’ van John Gabriel Stedman, de de Schots-Nederlandse legerofficier die een beroemd boek zou schrijven over Suriname en de slavernij. Stedman nam Quaco mee naar Nederland toen hij daar in 1777 terugkeerde. Enkele jaren later kwam de intussen van slavernij bevrijde Quaco terecht bij baron Torck, heer van Rosendael bij Arnhem. Die nam hem mee toen hij van 1790 tot 1792 het kasteel van Asten als jachtkasteel huurde. In die jaren heeft Quaco, een zwarte man die de slavernij dus in alle hevigheid aan den lijve had ondervonden, in Asten en omgeving rondgelopen. Na zijn verblijf hier ondernam Quaco nóg een lange reis. Met een VOC-schip voer hij naar Batavia. Daar loopt zijn spoor dood. Historica Ineke Mok heeft over de geschiedenis van Quaco een stripboek gemaakt.
In 1935 nam Clemens Ernest baron van Hövell tot Westerflier, de toenmalige eigenaar van het kasteel, het plan op om dit buitenverblijf in oude luister te herstellen. Hij nam een architect in de arm en twee jaar later was de gedeeltelijke verbouwing achter de rug. Het zag er prachtig uit, maar de baron kon niet lang van het resultaat genieten. Acht jaar later, begin oktober 1944, was de bevrijding hier na jaren van oorlog al een feit. Maar met het front nog in de nabijheid bleef het onrustig. En in de nacht van 5 oktober schoten rondsluipende Duitse soldaten fosforgranaten het kasteel in. In korte tijd ging het in vlammen op.
Kasteel Asten ligt in het beekdal van het riviertje de Aa, dat van Nederweert naar de Maas bij Den Bosch stroomt. Aan de rand van het domein loopt de Voordeldonkse Broekloop, die vanaf de Dennendijkse Bossen niet ver voorbij het kasteel uitmondt in de Aa. Zowel de Broekloop als de Aa zijn door kanalisatie grotendeels recht gemaakt, maar sinds enige tijd worden de waterlopen opnieuw gekanaliseerd, nu met enige bochten erin. Het kasteel is omgeven door dubbele grachten, de ene om het kasteel zelf heen, de andere om het terrein inclusief de voorburcht. Op het binnenterrein zijn over het water rustieke bruggetjes geconstrueerd. Aan de westkant van het domein is in 2008 een grote vijver gegraven, die diende als wateroverstort voor het aangrenzende kassencomplex. De waterplas heeft zich intussen ontwikkeld tot een mooi stukje natuur.
Kasteel Asten, misschien wel de bijzonderste kasteelruïne van Nederland ♣